Begin Creëer je wereld Boeken Schrijfbegeleiding Femke Schrijversperikelen Inspiratie Mail Femke Vrienden Eerste verhaal Fantastische Nieuwsbrief
Untitled Document

Mijn eerste verhaal

Mijn eerste verhaal schreef ik toen ik tien jaar was. Hieronder kun je het lezen.

Het zwarte masker en zijn bende
'Bah, wat een druilerig weer,' mopperde Wiebe tegen zijn vriend Peter van de Linden. Samen zaten ze voor hun tentje op camping 't Oekeltje. Vijf weken lang hadden ze stralend weer gehad (en elke dag zowat in het zwembad gelegen) maar de laatste week voordat ze weer naar school moesten, had het alleen nog maar geregend.
'Ja, jammer hè,' beaamde Peter. 'En het ergste is wat moet je nu doen als het zo slecht weer is? Om te zwemmen is het te koud en de kantine is ook al gesloten.'
'Zullen we naar Workum fietsen?' vroeg Wiebe. 'Dan halen we daar een patatje met pindasaus en fietsen we op ons gemak weer terug.'
Zo gezegd, zo gedaan. De beide jongens sprongen op de fiets en reden met een kalm gangetje richting Workum. Na daar genoten te hebben van de patat (Wiebe zei dat hij nog nooit zulke lekkere pindasaus had geproefd) stelde Peter, die al voor het vierde jaar op dezelfde camping vertoefde, voor om op de terugweg door het bos te gaan. Dat was weer eens wat anders.
De schemer begon intussen te vallen en het bos zag er op sommige plaatsen dreigend en mysterieus uit.
'Best wel eng hè, zo'n bos als het donker wordt,' zei Peter, maar hij was nog niet uitgesproken of met een enorme klap kwam hij met fiets en al op het zandpad terecht.
Hij was ergens over gestruikeld, maar wat, dat zag hij pas toen hij opgekrabbeld was. Uit het zand stak een stukje van een geheimzinnige koffer midden in het bos. Met een kei sloegen ze het slot kapot. Toen deden ze het kofferdeksel voorzichtig open en toen zagen ze...

Na veel gewrik en gerotzooi kreeg Peter met een steen eerst het ene en daarna het andere slot open. De koffer sprong open en Peter en Wiebe keken hun ogen uit. In de koffer zat een brief, op de brief stond:
"Kom morgennacht om twaalf uur precies naar het bos op de plaats waar je dit gevonden hebt. Als je het niet doet, dan kom ik heel camping 't Oekeltje ondersteboven halen.
Het Zwarte Masker"

'Een dreigbrief, laten we vannacht dan maar wel gaan,' zei Peter.
'Nee, doe dat niet Peter, misschien is het wel een of andere bende.'
'Natuurlijk wel,' zei Peter, 'anders wordt de camping door dat Zwarte Masker ondersteboven gehaald.'
's Nachts slopen Peter en Wiebe door het bos. Opeens hoorden ze een stem: 'Hierheen, hier ben ik.'
'Dat is vast het Zwarte Masker,' zei Wiebe.
Ze slopen ernaartoe.
'Ik ben het Zwarte Masker, en zie je dat huisje daar? Daar moeten jullie morgennacht naartoe. Ga nou maar weer naar je tent.'
Onderweg naar huis zei Peter: 'Zie jij niets verdachts aan die man?'
'Nee,' zei Wiebe, alleen hij had zijn handen de hele tijd op zijn rug.'
Peter zei: 'Ja, en in zijn handen had hij een zak. Weet je wat daar in zit, daar zitten gestolen juwelen in.'
'Dat Zwarte Masker komt van een dievenbende,' zei Peter.
'Toen we gisteravond dat patatje gingen halen, heb ik die man ook gezien. En geheimzinnig dat hij deed joh. Hij zat me zo aan te kijken van: Schiet nou op joh dan kan ik die kassa leegroven.'
'Morgen gaan we niet naar dat hutje. We gaan overmorgen. Dan denken ze dat we niet meer komen en kunnen wij hun plannen afluisteren.'
'Zeg Peter, ik heb zo het gevoel dat hij ons afluistert, pspsps.'
'Ja, dat is een goed idee zeg, akkoord.'
De volgende nacht sloop Peter naar Wiebe zijn tent. Oei, daar kwam zijn vader, hij ging zeker naar de wc. Snel ergens verstoppen.
Oei, hij heeft me al gezien.
'Peter van de Linden, waar ga je naartoe?'
'I... ik ga naar de wc.'
'De wc is de andere kant op,' zei zijn vader. 'En dat je het niet weet is overdreven, want je bent hier al vier jaar. Kom maar mee voordat je helemaal verdwaalt.'
Dan maar eerst naar de wc en dan naar Wiebe.
Hèhè eindelijk kon hij Wiebe ophalen.
Wiebe en Peter slopen voor de tweede keer naar het bos. Maar nu moesten ze naar het hutje van het Zwarte Masker. Toen ze daar aankwamen, stond het Zwarte Masker ze weer op te wachten. Het Zwarte Masker zei: 'Jullie krijgen ieder van mij een zak. Daarin moet je alles wat de mensen aan sieraden en geld hebben doen. Als je het niet doet, laat ik de camping ontploffen. Alsjeblieft.' Hij gaf de twee jongens ieder een zak. Peter zei: 'Wanneer moeten we beginnen?'
'Morgennacht beginnen jullie. Overmorgen brengen jullie de volle zakken bij me. Als je het niet doet, weet je wat er gebeurt.'
Ze slopen terug naar de camping en kropen in hun tenten.
De volgende dag gingen ze naar de mensen van de camping om te zeggen dat ze hun sieraden en geld moesten geven. De mensen keken raar op en vroegen wat er aan de hand was. Wel 50 keer moesten ze het hele verhaal vertellen. Toen alles klaar was, gingen ze naar het dorp en kochten sieraden, gingen naar de bank voor geld en deden het in hun zakken.
's Nachts slopen ze naar het hutje van het Zwarte Masker met hun zakken.
'Kom maar mee naar binnen,' zei het Zwarte Masker.
Peter en Wiebe keken eerst even goed rond om aan het licht te wennen. Aan een tafeltje zaten 10 andere mannen.
'Daar ben ik de baas van,' zei het Zwarte Masker. 'Zullen we beginnen met voorstellen mannen?'
'Okee, ik ben Boris en dat Kareltje en dat is Japie. Dat zijn Dirkie en Keesie en dat is Joris, dat zijn Jopie en Wimpie en dat Willem en Jantje.'
'Ik ben Peter,' zei Peter met een zacht stemmetje.
'Ik ben Wiebe,' zei ook Wiebe met een twijfelend stemmetje.
'Kom erbij zitten,' bulderde Boris.
'Ja,' zei Kareltje. 'Hier is nog een stoel vrij.'
Peter ging naast Kareltje en Joris zitten.
'Wiebe,' zei Willempie. 'Kom hier zitten joh en vertel eens even wat je hier komt doen.'
Wiebe ging zitten en opnieuw vertelden ze het hele verhaal.
Het Zwarte Masker ging er ook bij zitten en luisterde naar wat Peter en Wiebe te vertellen hadden. Bijna had Peter verteld dat ze de sieraden gekocht hadden, maar gelukkig kon Wiebe verder gaan met een ander verhaal.
Het werd heel gezellig en om 1 uur 's nachts laten Peter en Wiebe weer in hun slaapzakken.
De volgende morgen gingen Peter en Wiebe naar het dorp om een krant te kopen voor hun vader. Toen ze in de krant keken, stond er op de voorpagina met duidelijke letters:

Zwarte Masker ontsnapt
dwaalt ergens in de buurt van Workum rond
Heeft zijn bende weer bij elkaar gekregen en zijn weer aan het roven en plunderen. Vooral op campings is al veel gestolen.
Lees verder op blz. 7

Peter en Wiebe keken snel op bladzij 7 en daar stond een heel verhaal van het Zwarte Masker en zijn bende. Ze betaalden de krant en ze raceten terug naar de camping. Ze gaven hun vader de krant en gingen nog even wandelen.
'Volgens mij,' zei Peter, 'wil dat Zwarte Masker met zijn bende iets met ons uitvoeren waar wij dan de schuld van krijgen.'
'Zeg Peter,' zei Wiebe. 'Die kist die daar stond leek me zo verdacht. En dat Zwarte Masker heeft daar volgens mij een geheim in zitten. Want hij deed zo geheimzinnig met die kist.'
'Ja,' zei Peter. 'Weet je wat hij in de kist deed?'
'Nee, dat weet ik niet,' zei Wiebe.
'In die kist deed hij de zakken met sieraden en het geld.'
'Dat Zwarte Masker weet zeker nog niet dat hij in de krant staat,' zei Wiebe.
'Wiebe,' zei Peter. 'We moeten uitkijken met wat we zeggen en doen, want dat Zwarte Masker is een dief.'
'Wat!' riep Wiebe uit. 'Is die man een dief! En hij wou vrienden van ons zijn?!'
'Ja,' zei Peter. 'Nou weet ik ook waarom.'
'Waarom dan?' vroeg Wiebe.
'Nou,' zei Peter. 'Die schurk wil vriendschap met ons sluiten dat wij ook bij zijn bende komen.'
'Voor geen goud,' zei Wiebe.
'Natuurlijk wel,' zei Peter. 'Anders komen we nooit achter zijn geheim. En als we zijn geheim weten, gaan we naar de politie.'
Die nacht gingen Peter en Wiebe weer naar de hut. Deze keer was het Zwarte Masker er niet.
'Waar is het Masker?' vroeg Peter toen ze de hut binnenstapte en hem nergens konden vinden.
'Weten we niet,' antwoordde Boris.
'Nee,' zei Joris. 'Vanmiddag ging hij weg en is niet meer teruggekomen.'
'Weten jullie misschien wie het Zwarte Masker is?' vroeg Wiebe.
'Nee,' zei Wimpie. 'Hij heeft altijd zijn masker op. Zelfs als hij slaapt.'
'Hm, misschien komt hij niet terug omdat hij zijn masker kwijt is,' zei Peter.
'Weet je we gaan hem zoeken. We splitsen de groep, dan gaan Boris, Kareltje, Willen, Jopie en Wiebe aan de kant van Workum in het bos en in Workum zoeken. Dan ga ik met de andere helft de andere kant op. Als je hem gevonden hebt, doe dan een bosuil na. Dan komen we bij elkaar en we gelijk wie het is.'
Zo gezegd, zo gedaan. De groep splitste zich en na enige tijd had de groep van Peter het Masker gevonden en deed een van hen een bosuil na. De andere helft kwam erbij en ze trokken het masker van zijn gezicht. Peter en Wiebe kenden hem niet, maar Boris riep verheugd uit: 'Jack, ben jij het!'
Hij vertelde aan Peter en Wiebe dat ze broers waren en waarom hij weg was gegaan en masker droeg. Peter en Wiebe kregen hun zakken terug en de mensen hun sieraden en geld.
Boris en Jack waren weer bij elkaar en alles was weer rustig in het dorpje Workum.

Omlaag Omhoog