Herschrijven – wanneer is het genoeg?

“Van herschrijven wordt je boek telkens beter. Veel beter. Maar wanneer stop je daarmee?”

Die vraag stelde een van mijn twittervrienden en spontaan reageerde ik met: “Als je je ‘verbeteringen’ weer terug gaat verbeteren. Maar eigenlijk is dat al te laat.’

Want, sjonge, wat zit je soms lang te sleutelen aan een verhaal. Hier een zin weg, daar een alinea erbij, daar weer twee zinnen samengevoegd… Je bent zo gericht op het verbeteren van je verhaal, dat je werkelijk alles wilt verbeteren. Totdat je op een gegeven moment denkt: die zin was vóór de ‘verbetering’ toch beter…

Als dat gebeurt, moet je acuut stoppen. Dan moet je je verbeterblik uitschakelen. Dan is het tijd om je verhaal weg te leggen en afstand te nemen.

Liever eerder, om te voorkomen dat je aan het verslechteren bent in plaats van aan het verbeteren. Dat lukt mij steeds vaker. Op een gegeven moment denk ik: het is wel goed. Welk moment dat precies is, vind ik lastig aan te geven. Maar als je merkt dat tijdens het lezen niet meer tot je doordringt wát je leest, of als je al uit je hoofd weet welke zin de volgende is, zie dat dan als een signaal.

Over Femke

Toen ik tien was en verhalen schreef, durfde ik niet te dromen dat ik ooit echt schrijver zou zijn, met echte boeken. Lees meer over Femke →

, , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie