Over Femke

Ik schrijf. Met pen op papier. Over tovenaars, magische verschijnselen, rare dingen. Al zolang ik me kan herinneren.

Het begin van alles

Nee, dat is niet helemaal waar. Ik weet nog precies waar en wanneer ik gegrepen werd door het verhaal. Tien jaar was ik. Ik zat in een klas met nog drieëntwintig kinderen. We kregen een schrift, een groot schrift, met een gele kaft met blauwe letters. “Verhalenschrift” staat er in mijn tienjarigen handschrift. Daarin staat mijn eerste verhaal: Het zwarte masker en zijn bende.
Dat verhaal is het begin van alles. Daarna kwamen al die andere verhalen, een voor een of tegelijk. Verhalen die ik heb geschreven, verhalen die ik nooit heb afgemaakt, verhalen waar ik nooit aan ben begonnen.

Maar schrijver worden?

Schrijvers, dat waren Guus Kuijer, Roald Dahl, Thea Beckman. Dat waren mensen die ver van me af stonden, die waren Groot, die schreven al die prachtige boeken die ik verslond. Hoe kon zo’n klein meisje als ik nou schrijver worden?

Ik schreef. Ik schreef. Ik schreef. Altijd. Overal. Iedere dag. Ik werd elf, twaalf, veertien. Ik ging naar de Havo. Onder mijn geschiedenisboek, tijdens de les, lag een verhaal. Mijn klasgenoten maakten aantekeningen over economie, Nederlands. Ik schreef.
Ik haalde mijn Havo-diploma, ik ging naar de School voor Journalistiek. Daar hield ik het een jaar vol. Ik ging de opleiding Tekstschrijven doen. Ik kreeg werk als webredacteur bij de Consumentenbond.
Ik schreef. ‘s Avonds, na mijn werk, in het weekend, schreef ik. Ik stuurde verhalen naar uitgeverijen.

En dan toch … schrijver

En toen was er die ene, die mijn boek wilde uitgeven. Dertig was ik. Twintig jaar na mijn eerste verhaal, kwam mijn eerste boek: Joris en de Zonneprinses. Daarna volgden nog veertien kinderboeken bij diezelfde uitgeverij. Er zullen nog veel boeken volgen, niet alleen voor kinderen, en bij andere uitgeverijen. Ja, nu ben ik schrijver. Vertel dat maar aan dat meisje van tien, met haar gele schrift. Ze zal je vast niet geloven.