Krassen en strepen

Vorige keer schreef ik dat ik alles wat ik wilde schrijven, geschreven had. Ik hoefde het alleen nog maar na te kijken. Hoe gaat dat in zijn werk?

Wat ik geschreven heb, print ik uit en met de pen in mijn hand lees ik het. Ik schrap een zin, verander een woord, geef soms een alinea (of meerder alinea’s) een andere plek. Ik kijk of alles logisch is, of het klopt; of er niet iemand eerst een blauwe jas aanheeft en later opeens een rode – bijvoorbeeld.

Ik kijk of ik niet vaak achter elkaar hetzelfde woord gebruik. Ik kijk of het lekker doorleest, of ik dingen niet twee keer vertel (of vaker) en of de ene gebeurtenis logisch volgt op de andere.

Als ik klaar ben met lezen, staan er strepen, pijlen, haakjes, nieuwe stukken tekst in het document. Daarmee ga ik weer achter de computer zitten en pagina voor pagina voer ik de wijzigingen in.

Dan weer uitprinten, weer lezen, net zolang tot er geen krassen en krabbels meer in staan.
Dan ben ik (voorlopig) tevreden. Dan is het tijd om verder te gaan en dit deel van het verhaal naar de proeflezers te sturen.
(zodat die het vol kunnen zetten met hun krabbels, krassen, pijlen, strepen, enzovoort…)

Over Femke

Toen ik tien was en verhalen schreef, durfde ik niet te dromen dat ik ooit echt schrijver zou zijn, met echte boeken. Lees meer over Femke →
Nog geen reacties.

Geef een reactie