Met mijn kapmes door de jungle

Schrijven is een ontdekkingsreis. Vooral in het begin kan het verhaal nog alle kanten op.

De belangrijkste dingen zijn wel duidelijk: of het over een jongen of meisje gaat, hoe oud hij of zij is, wat ze ongeveer gaat beleven.

Al schrijvend komen steeds meer details boven. Er zijn broers en zussen of juist niet, er is lang geleden iets gebeurd dat nog steeds invloed heeft, er is een ander heel belangrijk personage, dat de hoofdpersoon helpt of juist tegenwerkt.

Hoe meer er wordt ingevuld, hoe meer vragen er komen. Wat is er precies in het verleden gebeurd? Op welke manier heeft dat nu nog steeds invloed? Maar ook praktische zaken: hoe ziet de omgeving eruit, het huis van de hoofdpersoon, wat doet ze de hele dag? Wonen ze in een stad of in een dorp, zijn ze arm of rijk?

Bij iedere zin die ik schrijf, kan ik links- of rechtsaf gaan, en alles daar tussenin. Als ik linksaf ga, waar kom ik dan over een tijdje uit? En wat ik laat ik dan rechts liggen?

Vooruit denken, beslissingen nemen. Wat ik in het vorige hoofdstuk schreef, wat betekent dat voor de rest van het verhaal? Hoe ga ik daar nu mee verder?

Het is een ontdekkingsreis, maar wel één door de jungle. Met mijn kapmes hak ik mij een weg door de mogelijkheden. Kies ik welke ik laat liggen en welke ik benut. Onderweg bestookt door gifslangen, gevaarlijke spinnen en bloedzuigers. Zij dwingen mij terug te keren, een ander pad te kiezen dan ik van plan was of juist het gevaar te overwinnen en stug door te gaan.

Zo kom ik, hakkend en snijdend, steeds verder. Tot ik die grote open vlakte bereik waar alle paden samenkomen. Waar alle mogelijkheden samenvloeien tot één geheel. Dan is alles opeens duidelijk. Alle vragen zijn in één klap beantwoord en de eindbestemming is in zicht.

Maar zover is het nog lang niet.

Over Femke

Toen ik tien was en verhalen schreef, durfde ik niet te dromen dat ik ooit echt schrijver zou zijn, met echte boeken. Lees meer over Femke →

, ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie