Twijfelstem

O, wat gaat het weer lekker met Argadwyn! Het was even inkomen, na al die maanden dat ik er niet mee bezig was, maar wat is het een heerlijk boek om aan te werken. Scène na nieuwe scène rollen uit mijn pen.
En toch is het anders. Het maakt uit of er een uitgever over je schouder meekijkt. En dat terwijl hij helemaal niet meekijkt, en zij ook niet, want ze wachten geduldig tot ik ze het nieuwe manuscript stuur. Wanneer ik vind dat het af is.
Toch voel ik hun aanwezigheid bij iedere zin die ik schrijf. Bij iedere alinea waar ik blij van word, bij iedere scène waarvan ik zeker weet dat het nu veel beter is, hoor ik een stemmetje dat vraagt: ‘Zou de uitgever dat ook vinden? Worden zij ook blij van deze scène? Vinden zij ook dat dit het verhaal beter maakt?’
Het is typisch zo’n stem waar je niet naar moet luisteren. In ieder geval niet tijdens het schrijven. En misschien wel nooit. Zo’n stem moet je negeren, want ze is funest voor het schrijfproces. Ze maakt dat je gaat twijfelen, dat je dingen gaat aanpassen nog voor je ze opgeschreven hebt.

Uiteindelijk schrijf je helemaal niet meer, want: is het wel goed genoeg? Dan wordt het nooit wat met Argadwyn. Dan zit die uitgever over een jaar nog geduldig te wachten op de nieuwe versie. En jullie op het boek.

Over Femke

Toen ik tien was en verhalen schreef, durfde ik niet te dromen dat ik ooit echt schrijver zou zijn, met echte boeken. Lees meer over Femke →

, , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie