Waar gaat het eigenlijk over?

Voordat je een goed verhaal kunt schrijven, moet je goed weten over wie het gaat.

Een van de basisregels is dan ook dat je vantevoren heel goed weet wie je hoofdpersoon is. Niet alleen hoe hij of zij heet of hoe oud hij of zij is, maar ook hoe je hoofdpersoon woont, met wie, wat zijn hobby’s zijn, van welke muziek hij houdt, enzovoort. Er bestaan zelfs vragenlijsten waarmee je je hoofdpersoon kunt ‘interviewen’ om daar achter te komen.

Bij mij heeft dat nog nooit zo gewerkt. Hoofdpersoon en verhaal zijn zo met elkaar verweven, dat vantevoren bedenken wie precies mijn hoofdpersoon is, nergens op slaat. Een beetje wel, natuurlijk. Ik moet weten of het een jongen of meisje is, en hoe oud hij of zij ongeveer is, maar daar houdt het wel mee op. Als ik een gevoel heb bij de hoofdpersoon én bij het verhaal, dan begin ik te schrijven. Verhaal en hoofdpersoon ontwikkelen zich dan vanzelf en tegelijkertijd.

Als ik een stuk geschreven heb, dan ga ik eens kijken hoe het in elkaar steekt. En daar ben ik nu. Drie hoofdstukken van het verhaal zijn af. Nu heb ik een goed beeld van mijn hoofdpersoon. Naam, leeftijd, hoe hij woont, hoe hij met zijn ouders omgaat, dat hij graag computerspelletjes speelt, dat hij hockeyt. En wat er in het verhaal gebeurt.

Wat ik nu ga doen, is kijken wat ik daarmee kan. Wat gaat er verder gebeuren in het verhaal, hoe zal Gideon (want zo heet mijn hoofdpersoon) op de verschillende gebeurtenissen reageren? Dat ga ik nu eerst uitpluizen, en daarna verder schrijven aan het verhaal.

 

Over Femke

Toen ik tien was en verhalen schreef, durfde ik niet te dromen dat ik ooit echt schrijver zou zijn, met echte boeken. Lees meer over Femke →

, ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie