Wat schrijf je?

Ieder woord is belangrijk. Logisch, zul je denken. Als je wilt schrijven: Ik ben thuis, maar je schrijft Ik thuis of Ik ben, dan staat er wat anders.

Maar dat bedoel ik niet. Ik bedoel dat het belangrijk is wélk woord je opschrijft. Schrijf ik Myrr’han was er niet meer. Of kan ik beter schrijven: Myrr’han was weg. Of misschien zelfs: Myrr’han was verdwenen.

Deze zinnen lijken precies hetzelfde te zeggen, maar als je goed leest, zie je wel degelijk verschil. De ene zin geeft net een ander gevoel dan de andere. ‘Weg zijn’, ‘er niet meer zijn,’ of ‘verdwijnen’ lijken inwisselbare synoniemen, maar zijn dat niet. Ze verschillen een fractie. Een fractie die misschien onbelangrijk lijkt, maar er voor de schrijver wel degelijk toe doet.

Zo’n zin, zo’n woord, kan van levensbelang zijn. Je kunt er zelfs, in sommige gevallen, dagenlang over piekeren welke variant de beste is. Doorstrepen en vervangen. Toch maar weer doorstrepen en terugzetten. Helemaal als het, zoals in dit geval, de laatste zin van een hoofdstuk betreft.

Lekker belangrijk, denk je misschien, maar vergeet niet dat jij makkelijk praten hebt. Als het boek straks klaar is, hoef jij het alleen maar te lezen. Misschien zeg je: ‘Het leest als een trein’ (wat overigens maar zelden een compliment voor de schrijver is), maar bedenk dan wel hoe dat komt. Dat komt, doordat de schrijver precies die woorden gekozen heeft waardoor jij precies het gevoel krijgt dat hij bij je wilde oproepen.

En dat kiezen van woorden gaat dus niet altijd van een leien dakje. Soms kost dat dagen van piekeren, proberen, doorstrepen en, uiteindelijk: de knoop doorhakken.

Over Femke

Toen ik tien was en verhalen schreef, durfde ik niet te dromen dat ik ooit echt schrijver zou zijn, met echte boeken. Lees meer over Femke →

, ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie